is
in de kern een romanticus, een verholen romanticus wel te verstaan.
Hij is wars van het grote gebaar, vervuld van een hevig verlangen
naar innerlijke vrede en doordrongen van een allesomvattende
twijfel. Hij is een schilder van een poëtische stemming
maar dan zonder neiging tot sentimentaliteit.
Ook is de natuur niet overvloedig in zijn werk aanwezig, zoals
dat gebruikelijk is bij romantici pur sang. Evenmin is er sprake
van exotische en historische
thema’s, of ze zijn te vinden in zijn schilderingen van
anderen die hij in het eigen werk opneemt.
Het is een romanticisme met ingehouden adem. Wat hij schildert,
zijn dichterlijke vertellingen, verpakt in de fixatie van het
ogenblik, waarbij licht vanuit vensters en andere openingen
weldadig en veelbetekenend over de dingen strijkt. In het licht
schuilen minstens zovele geheimenissen als in het duister. (Gerrit
Luidinga)